EN 527 en EN 1335: normen voor ergonomisch werken

29-04-2026

Wie een zit-sta-bureau of bureaustoel uitzoekt, kijkt vaak eerst naar uiterlijk, verstelbaarheid en comfort. Dat is logisch, want het zijn precies die dingen die je direct ziet en voelt. Toch zit er achter een goede werkplek nog iets anders dat minstens zo belangrijk is: de normering. Juist normen geven extra houvast bij de vraag of een product niet alleen prettig oogt, maar ook is ontwikkeld met aandacht voor veiligheid, duurzaamheid en ergonomisch gebruik.

Twee normen die daarbij vaak terugkomen, zijn EN 527 en EN 1335. De eerste heeft betrekking op bureaus, de tweede op bureaustoelen. Voor veel mensen klinken zulke normnummers technisch, maar in de praktijk zeggen ze iets heel concreets over de basis van een product.

Wat betekenen EN 527 en EN 1335 precies?

EN 527 is de Europese norm voor bureaus en werktafels die gebruikt worden in kantooromgevingen. Daarbij gaat het niet alleen om afmetingen, maar ook om zaken als veiligheid, sterkte en duurzaamheid. Dat is vooral relevant bij een hoogte verstelbaar bureau, omdat zo’n bureau niet alleen soepel moet verstellen, maar ook stabiel en betrouwbaar moet blijven in dagelijks gebruik.

EN 1335 is de Europese norm voor bureaustoelen. Ook hier draait het om meer dan alleen zitcomfort. De norm kijkt onder meer naar maatvoering, instelbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Dat is belangrijk, want een ergonomische bureaustoel moet niet alleen prettig zitten, maar juist goed blijven ondersteunen tijdens langere werkdagen.

Voor Nederlandse lezers is het goed om te weten dat deze normen hier meestal worden aangeduid als NEN-EN 527 en NEN-EN 1335. In Duitsland zie je vaak DIN EN 527 en DIN EN 1335 staan. In de basis gaat het om dezelfde Europese normen, alleen opgenomen binnen het nationale systeem van een land.

Waarom normering bij een zit-sta bureau belangrijk is

Bij een zit-sta bureau draait ergonomie niet alleen om omhoog en omlaag kunnen bewegen. Het bureau moet ook passen bij verschillende gebruikers, prettig werken op verschillende hoogtes en stabiel blijven tijdens dagelijkse taken. Juist daar zit de waarde van EN 527.

Een bureau kan er op het eerste gezicht degelijk uitzien, maar pas in gebruik merk je of het ontwerp echt klopt. Hoe voelt het bureau aan wanneer het hoger staat? Blijft het stabiel? Werkt het soepel wanneer je gedurende de dag afwisselt tussen zitten en staan? Normering geeft extra vertrouwen dat er niet alleen naar design is gekeken, maar ook naar de technische en functionele basis.

Binnen onze collectie geldt EN 527-2 onder meer voor de FlexiSpot E5, FlexiSpot E7, FlexiSpot E7 Pro, FlexiSpot E7 Plus, FlexiSpot E7 Flow en FlexiSpot E7Q. Dat sluit goed aan bij waar deze productcategorie voor bedoeld is: dagelijks gebruik, veel afwisseling en een werkplek die niet alleen mooi oogt, maar ook degelijk aanvoelt.

image.png

Waarom EN 1335 belangrijk is voor bureaustoelen

Bij bureaustoelen ligt de focus nog sterker op ondersteuning en instelbaarheid. Een goede stoel moet zich aanpassen aan de gebruiker, niet andersom. Denk aan zithoogte, rugondersteuning, armleuningen en de algemene verhoudingen van de stoel. Dat zijn geen details, maar onderdelen die veel invloed hebben op hoe een stoel tijdens een werkdag aanvoelt.

EN 1335 helpt om die basis beter te beoordelen. De norm zegt niet welke stoel iemand persoonlijk het prettigst vindt, want dat blijft altijd deels subjectief. Wel geeft de norm een duidelijke ondergrens voor wat je van een bureaustoel mag verwachten op het gebied van maatvoering, veiligheid en ergonomische geschiktheid.

Binnen onze collectie stoelen geldt EN 1335 voor verschillende modellen, waaronder FlexiSpot’s Apollo, C7 Morpher, C7 MAX, C7, BS14, BS8 Pro, BS5, BS4, BS3 en BS12 Pro. Daarmee is de lijn duidelijk: bij ergonomisch zitten gaat het niet alleen om comfort, maar ook om een goed onderbouwde basis.

Screenshot 2026-04-29 134117.png

EN, NEN-EN of DIN EN: wat is nu de juiste benaming?

Dit is een punt waar vaak verwarring over ontstaat, vooral wanneer je productinformatie uit verschillende landen naast elkaar ziet. In feite is EN de Europese norm. NEN-EN is de Nederlandse aanduiding van diezelfde norm. DIN EN is de Duitse aanduiding. De inhoudelijke basis blijft dus hetzelfde.

Voor Nederlandse communicatie is het daarom het meest logisch om te spreken over NEN-EN 527 en NEN-EN 1335. Tegelijk is het ook begrijpelijk als in productomschrijvingen of in een internationale context kortweg EN 527 en EN 1335 wordt gebruikt.

Waarom kiezen voor meubels die aan deze normen voldoen?

Een norm maakt een product niet automatisch perfect voor iedereen, maar het geeft wel een belangrijke basis. Het laat zien dat er is gekeken naar eigenschappen die er in dagelijks gebruik echt toe doen, zoals veiligheid, sterkte, duurzaamheid en ergonomische geschiktheid.

Dat is vooral waardevol bij producten die je dagelijks gebruikt en waar je lichaam direct mee te maken heeft. Een zit-sta bureau gebruik je vaak jarenlang, en hetzelfde geldt voor een bureaustoel. Juist dan wil je weten dat de basis klopt en dat comfort niet losstaat van kwaliteit.

Tot slot

EN 527 en EN 1335 klinken misschien technisch, maar in de praktijk zijn het heel bruikbare normen. Ze helpen om beter te begrijpen wat er achter een goed bureau of een goede bureaustoel schuilgaat. Niet alleen uitstraling en comfort spelen dan een rol, maar ook veiligheid, duurzaamheid en ergonomische kwaliteit.

Voor Nederlandse lezers is het daarom logisch om vooral te denken in NEN-EN 527 en NEN-EN 1335. En wanneer je ook Duitse benamingen zoals DIN EN 527 of DIN EN 1335 tegenkomt, gaat het in de kern nog steeds om dezelfde Europese standaard.